De eis voor 2033 staat nog niet vast. De rekensom eronder wel.
Voor 2030 geldt een minimum dat vergelijkbaar is met label D, gemeten tegen de slechtst presterende 16% uit 2020. De tweede trede in 2033 is nog niet vastgesteld, maar een voorwaarde is dat al: je label C moet op 1 januari 2033 nog geldig zijn. En een label is maximaal tien jaar geldig.
Wie een utiliteitsportefeuille verduurzaamt kent de eerste datum: 1 januari 2030. De tweede, 2033, staat in bijna elk overzicht met dezelfde drie woorden erachter. Nog niet vastgesteld. Dat klopt, en het is precies de reden dat 2033 in de meeste plannen een lege regel is. Toch staat er over die tweede trede vandaag al iets vast dat je deze week kunt nakijken, en het zit niet in de eis maar in een datum.
Wat er over 2030 vaststaat, met de maatstaf erbij
De RVO beschrijft het minimum voor 2030 als een energieprestatie die beter moet zijn dan die van de slechtst presterende 16% uit 2020. Die laatste twee woorden doen het werk. Zonder peildatum leest de eis als de slechtste groep van nu, en dat is een bewegend doel waarin je portefeuille elk jaar een andere positie heeft. Met peildatum is het een vaste lat, gelegd op de voorraad van 1 januari 2020.
Daar hoort een formulering bij die vaak wegvalt. Voor 2030 moeten utiliteitsgebouwen voldoen aan een minimum dat vergelijkbaar is met energielabel D. Vergelijkbaar met, niet gelijk aan. Het regime rekent met een prestatiedrempel, en label D is de vertaling daarvan naar iets wat een eigenaar kan opzoeken.
2033 is een verwachting, en dat is geen formaliteit
Voor 2033 schuift dezelfde lat naar de slechtst presterende 26% uit 2020. Wat daar in Nederland bij hoort is een verwachting en geen eis: de RVO schrijft dat utiliteitsgebouwen met label C of een vergelijkbaar minimum dan vermoedelijk voldoen. De definitieve minimumeisen voor 2033 stelt de rijksoverheid nog vast, en de exacte verplichtingen komen uiterlijk in 2027 in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Dat onderscheid is de reden dat hier geen getal voor 2033 als eis staat. Wie label C vandaag als verplichting presenteert, presenteert een verwachting. Dat kan goed uitpakken, en het blijft een gok met andermans kapitaal.
De voorwaarde is geldigheid, niet de opnamedatum
Hier wordt het concreet. De RVO geeft voor wie zich op 2033 wil voorbereiden een pad dat uit twee voorwaarden bestaat. Het label C moet zijn opgesteld voor 1 januari 2030. En het moet op 1 januari 2033 nog geldig zijn.
Die tweede voorwaarde gaat niet over wanneer je het label hebt laten maken maar over of het dan nog leeft. Dat is een ander soort eis dan label C uiterlijk december 2029, en hij is strenger, want een label heeft een houdbaarheidsdatum.
Tien jaar, en dus een venster
Een energielabel is maximaal tien jaar geldig. Leg dat naast de twee voorwaarden en er volgt een rekensom die geen enkele bron als conclusie opschrijft, maar die uit beide regels volgt: een label C dat in 2021 of 2022 is afgegeven verloopt voor 1 januari 2033. Het is dan wel opgesteld voor 2030, en toch haalt het de tweede trede niet.
Het bruikbare venster ligt daarmee ongeveer tussen 2023 en 2029. Ongeveer, omdat de bronnen geen dagregel geven en een label uit begin 2023 op de rand zit. Dat woord ongeveer is geen slordigheid maar de grens van wat er staat.
De controle zelf kost een kwartier. Zoek per pand de afgiftedatum van het huidige label op, tel er tien jaar bij, en zet de panden op een rij waarvan het label voor 1 januari 2033 verloopt. Bij die panden is de vraag niet of je naar label C moet, maar wanneer je opnieuw laat opnemen. Dat is een andere en veel goedkopere ingreep dan een renovatie.
- de afgiftedatum van het label, niet de labelletter alleen
- de vervaldatum die daaruit volgt, afgezet tegen 1 januari 2033
- panden waarvan het label voor die datum verloopt
- panden zonder geldig label, want die hebben geen startpunt
- panden waarvan je vermoedt dat ze onder een uitzondering vallen, apart gezet
Wat er deze maand gebeurt
Er loopt nog een datum, en die is dichterbij dan 2030. De RVO verwacht dat de normering en de wijze van aantonen in oktober 2026 in internetconsultatie gaat. Dat is deze maand, en op het moment van schrijven is het een verwachting en geen bekendmaking.
De wijze van aantonen is daarbij het interessantere deel. Niet de hoogte van de drempel maar wat er als bewijs geldt bepaalt hoeveel werk de naleving kost. Wie zijn labeldata nu op orde brengt, leest die consultatie als een toets op werk dat al gedaan is.
Wat ik hier niet beweer
Geen eis voor 2033, want die is niet vastgesteld. Geen kosten, geen terugverdientijd en geen aantal panden dat dit raakt, want die getallen bestaan hier niet. En geen uitspraak over welke gebouwen onder een uitzondering vallen: de RVO schrijft dat niet alle utiliteitsgebouwen onder de MEPS vallen, en welke dat zijn staat er niet bij.
Twee grenzen horen er expliciet bij. Voor woningen komen er geen verplichtingen; dit regime gaat over winkels, scholen, kantoren en ander niet-woninggebruik. En in 2030 volgt een herijking van de waarden op een gemoderniseerde bepalingsmethode, dus ook de lat van 2030 is niet het laatste woord.
De bronnen waarop dit stuk rust zijn in drie weken twee keer gewijzigd, een ervan op de dag van schrijven. Behandel elk getal hierboven dus als een stand en niet als een feit, en kijk bij de RVO voordat je er een besluit op bouwt.